top of page

Bange bushwalker

  • 22 jun
  • 6 minuten om te lezen

…om daar als een halfdode angsthaas te wachten op wat komen gaat.



Zuid-Afrika: hip and happening, ik moet ernaartoe. Wild spotten, cultuur snuiven en Amarula drinken.


Twee weken later lig ik om 02.30 uur met één oog open naar het ‘plafond’ van mijn tentje te staren in het Skukuza Rest Camp, Krugerpark. In de verte hoor ik leeuwen grommen en zo nu en dan klinkt het getoeter van een olifant.


De volgende ochtend zit ik om 07.00 uur aan het ontbijt, omdat een half uur later mijn eerste safaritocht begint. Samen met drie andere gasten van het kamp en ranger Nnamdi gaan we op pad. De Jeep waarmee we gaan, ziet er redelijk nieuw uit en heeft een stoffen overkapping over het achterste zitgedeelte en halfhoge, houten deurtjes. Op deze manier zijn we beschermd tegen de felle zon en kunnen we gemakkelijk over het deurtje hangen om een voltreffer van een foto te maken als de gelegenheid zich aandient. Op naar de Big Five!


Zo’n safaritocht is eigenlijk heel ontspannend. Het enige wat je doet is ‘zijn’ en een beetje voor je uitstaren. Als je een dier ziet (of denkt te zien), dan roep je ‘STOP’, waarna Nnamdi aan de handrem trekt en jij het dier in zijn natuurlijke habitat kunt bewonderen. Tijdens die ochtend zien we wat blesbokken, zebra’s en giraffen. Leuk, maar nog geen leeuw te bekennen.


Eenmaal terug bij het kamp reserveer ik meteen een plek voor de sundowner safari ‘s middags en voor de early bushwalk de volgende ochtend.


Die middag rijden we met dezelfde Jeep en hetzelfde groepje als van die ochtend het park in. Na een half uur rijden stopt Nnamdi bij een prachtige open plek waar we wachten op de zonsondergang. Ik zie wat blesbokken voorbij springen, een giraf hapt wat bladeren van de boom en aan de horizon zie ik volgens mij wat antilopen rennen. De koelbox gaat open en we krijgen allemaal een bekertje met een mix van likeur en sinaasappelsap. Dit is onze sundowner, een borrel tijdens de zonsondergang om het leven te vieren. De lucht kleurt precies zoals je dat altijd op schilderijen of kaarten ziet; vijftig tinten oranje trekken over het landschap en zwarte silhouetten van dieren doemen op aan de horizon. Het is zo’n moment om niet snel te vergeten. Ik word er stil van.


En terwijl het landschap nog in een oranje gloed gehuld is, stappen we in de Jeep en rijden verder. Na een tijdje stopt Nnamdi. Hij krijgt een melding van zijn collega-rangers verderop in het park. “Er is een leeuw met twee kleintjes”, zegt hij. Wow, een leeuw met twee kleintjes, dat moeten we zien!


We gaan erop af. Althans, Nnamdi doet een poging de Jeep te starten. Er komt een hoop gesputter en rook uit de auto, maar starten doet ‘ie’ niet. Hoe vaak Nnamdi het ook probeert, er gebeurt helemaal niets. Uiteindelijk neemt hij contact op met zijn collega’s om te vragen of zij ons kunnen helpen. Helaas, iedereen is net vertrokken met de groep naar het resort en “trouwens, de leeuwen zijn allang weg”. Jammer, ik had de leeuwtjes weleens in het wild willen zien. Maar ja, geeft niets, want de warmte van de magische zonsondergang zit me nog hoog.


Het zal minstens anderhalf uur duren voordat een van zijn collega’s bij ons kan zijn. Er zit niets anders op dan te wachten. Twee bekertjes sundowner en een paar goede gesprekken later, hoor ik geritsel bij de voorkant van de auto. Nnamdi schijnt met zijn zaklamp naar de kant van het geluid. Niets. Dan hoor ik het geritsel weer, maar dit keer komt het van achteren. Niets te zien. Een paar seconden later horen we wat takken breken. Nnamdi schijnt snel naar boven en we zien nog net een aap wegslingeren. Gelukkig, het was maar een aapje.


Ik sus me met de gedachte dat de grote roofdieren vast niet vrijwillig op ons lawaai afkomen. Intussen begin ik me een beetje onbehaaglijk te voelen. In het donker, midden in het Krugerpark, met overal vage geluiden om me heen. Hoe langer we wachten, des te meer geritsel, gefladder en gegrom ik hoor. Zal het aan de sundowner liggen of word ik paranoia?


Net op het moment dat mijn pupillen op hun wijdst zijn en mijn oren klaar om geluiden van honderdtwintig decibel op te vangen, hoor ik in de verte een motor. Zou dat onze redding zijn? Kunnen we hier eindelijk weg? Ik tuur in de verte en zie twee koplampen. Ja hoor, we kunnen weg! Het is een van de andere rangers die zo snel mogelijk onze kant is opgereden. We geven elkaar een high five en iedereen kijkt opgelucht. Misschien was ik toch niet de enige die in stilte aan het lijden was.


Twee uur later lig ik weer naar het tentdoek te staren. Ik weet niet hoe lang het heeft geduurd voordat ik in slaap viel, maar de wekker gaat die ochtend eerder dan me lief is. Snel schiet ik wat kleren aan en kruip de tent uit. Net na zonsopkomst ga ik met een groep een bushwalk maken. Iedereen in de groep heeft een Canon-camera om de ene schouder en een tas met telelenzen om de andere. Iedereen, behalve ik. Ik heb alleen mijn telefoon bij me. Bovendien ben ik vergeten dat we donkergekleurde kleding aan moesten trekken en daar sta ik dan in mijn felrode fleecejas. Subtiel als een verkeersregelaar.


Bij het krieken van de dag is alles nog zó rustig dat je je niet kunt voorstellen dat een paar uur later hordes toeristen in Jeeps door het park crossen op zoek naar de Big Five. Dembe laat ons verschillende diersporen zien en legt ons uit dat de Afrikaanse likeur Amarula gemaakt wordt van de vruchten van de Marulaboom. En terwijl hij dat aan ons uitlegt, krijgt hij van de andere ranger te horen dat er een groep olifanten is gesignaleerd vlakbij het meertje waar de nijlpaarden dobberen. Het is ongeveer tien minuten lopen naar het meertje en in een rechte lijn gaan we er naartoe. Dit gaat bijzonder worden!


Ondertussen zijn de Vincent Muniers van de groep druk in de weer met het verwisselen van de lenzen op hun camera: groot, groter, grootst.


Dan komen we aan bij het meertje waar familie nijlpaard ligt te badderen. Ze zien er lief uit en hoewel het planteneters zijn, kunnen ze heel hard rennen, wegen drieduizend kilo en gaan voor niets en niemand uit de weg. Daar wil je niet onder eindigen.


De olifanten laten op zich wachten. Pas na een kwartier zien we plotseling een olifant uit het bos rennen. En daarachter nog één. En nog een paar. En een groepje kleintjes. De olifanten lijken opgewonden, maar niet op de goede manier. Ze rennen, klapperen met hun oren en toeteren luid. Iets in me zegt dat dat niet goed is.


Terwijl de anderen als bezetenen bezig zijn de geheugenkaarten van hun camera’s vol te schieten, sommeert Dembe ons, via een van tevoren afgesproken teken, om doodstil te blijven staan. De angst maakt zich op dat moment van mij meester en ik sprint naar een vervallen schuurtje een paar meter verderop, om daar als een halfdode angsthaas te wachten op wat komen gaat. Op papier klonk een early bushwalk toch een stuk gezelliger. De dood of de gladiolen. Vóór me een kudde op hol geslagen olifanten en naast me familie nijlpaard die door alle commotie het meertje is uitgeklommen. Het. Moet. Me. Niet. Gekker. Worden.


Door een spleet in het hout van het schuurtje zie ik dat Dembe er ook niet gerust op is. Hij gebaart de groep langzaam terug te trekken. Als ze langs het schuurtje komen, haak ik weer aan. Uiteindelijk vormen we een lange rij en lopen rustig achter elkaar richting het bos. Eenmaal in het bos zetten we goed de pas erin en zwijgen, alsof niet alleen de olifanten, maar ook wij ergens voor op de vlucht zijn.


Ondertussen laat de zon zich steeds meer zien en dampen m’n voeten mijn schoenen uit. Hoe langer we lopen, des te meer kledingstukken er uitgaan. Gelukkig heb ik onder mijn felrode fleecejas ook nog een opvallend geel T-shirt aan. Handig voor de camouflage...


De terugtocht gaat een stuk vlotter dan gedacht en binnen een mum van tijd staan we weer in de rij, maar dit keer voor het ontbijtbuffet van het kamp. Tijdens het ontbijt vertelt Dembe dat een hyena had geprobeerd een olifantskalf aan te vallen. De kudde zette het daarop op een rennen. De hyena droop uiteindelijk af en het kalf overleefde de aanval.


De natuur: survival of the fittest. Ook voor angsthazen.



 
 
bottom of page