Verloren in Chefchaouen
- 22 jun
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 10 jul
Ik kwam naar Chefchaouen voor een blauw stadje. Ik vertrok met een nieuwe familie.

“Je moet naar Chefchaouen! Je moet naar Chefchaouen!”, zegt Charif, de chauffeur die me rondrijdt door Marokko. Ik heb ooit ergens gelezen dat het ‘de blauwe stad’ wordt genoemd omdat alle huizen, jawel, blauw zijn geverfd. Niet heel enerverend, als je het mij vraagt. Maar waarom blijft Charif er dan zo op hameren? Wat is er zo bijzonder aan die stad?
Ik besluit mijn plannen om te gooien en vraag Charif of hij zin heeft in een ritje naar Chefchaouen. Hij heeft me nieuwsgierig gemaakt. Nog voordat ik mijn zin heb afgemaakt, vliegt hij me om de nek en schreeuwt dat het een topidee is. EEN TOP IDEE! Met deze reactie maakt hij me nog nieuwsgieriger en ik kan haast niet wachten om de volgende dag te vertrekken.
Die ochtend haalt Charif me op bij het hotel. Hij heeft een glimlach van oor tot oor, is vers geknipt en geschoren en gehuld in een stevige walm eau de cologne van Brut Brut. We omhelzen elkaar en rijden weg.
Tijdens de rit droom ik weg bij het voorbijtrekkende landschap. Charif laat me lachen met zijn anekdotes en legt me uit wat voor soorten landschappen ik zie. Terloops vertelt hij me dat zijn zes zussen en drie broers in Chefchaouen wonen. Wat? Zes zussen en… Zucht. Heb ik me nou zó in het ootje laten nemen? Ben ik, na al mijn reiservaring, zo naïef? Het was dus gewoon een lokkertje om naar zijn familie te gaan. Op mijn kosten! Als ik mijn gezicht naar hem toe draai om hem de volle laag te geven, zie ik zijn twinkelende ogen. Hij zit te glimmen achter het stuur en ziet er aandoenlijk uit. Ik slik mijn woorden net op tijd in, draai mijn hoofd weer naar het raam en gun hem dit gratis reisje naar zijn familie. Een overwinning op mezelf.
Aan het begin van de middag komen we aan bij 'de blauwe stad'. Charif zet me af bij een hotel. Van zijn neef, natuurlijk. We spreken af dat we nog wel contact hebben over het verdere verloop van de komende dagen.
De stad is indrukwekkender dan ik dacht en veel huizen hebben de kleur blauw, of eerder indigo. En terwijl ik door de stad slenter, komt het ene na het andere liedje in me op: ‘I am blue (Da Ba Dee, Da Ba Daa)’, ‘Mood Indigo’, ‘I’m feeling blue’ enzovoorts. Wat zou de Blue Man Group van deze stad vinden? Ik denk dat ze niet eens zouden opvallen; een mooie verdwijntruc.
Ik dwaal af.
Sjokkend in de hitte, klam van het zweet vermengd met zonnebrand, strijk ik neer op een terras aan het Uta el-Hammamplein. Het doet me denken aan Griekenland, daar is alles ook zo blauw. Alleen krijg ik hier geen plak feta met een glaasje ouzo, maar een kop verse muntthee en wat briwats. Net zo lekker als je het mij vraagt.
De sfeer op het plein is fantastisch. Mensen eten, drinken, praten, verdwijnen en duiken even later weer op. Ik zit er de hele middag en vermaak me uitstekend.
Als de avond valt, ga ik terug naar mijn hotel en val een tikkeltje blue, in slaap. Hoe zou Charif het eigenlijk hebben? Sinds hij me heeft afgezet bij het hotel hebben we geen contact meer gehad.
De volgende ochtend word ik gewekt door luid getoeter. Het is Charif. Hij staat toeterend en schreeuwend onder mijn raam. “Kom! Kom!” schreeuwt hij en wenkt dat ik naar beneden moet komen. Ik schiet snel wat kleding aan, poets mijn tanden, pak mijn tas en loop naar buiten. “Wat is er?” vraag ik. “Ik lag nog te slapen.”
“Mijn nichtje Yasmina is jarig. Ze wordt zestien en ik neem je mee naar het feest!” Nog voordat ik antwoord kan geven duwt hij een beker koffie in mijn hand en schuift me de auto in. Hij is zó enthousiast dat ik zijn stemming vrijwel direct overneem. We scheuren weg.
Zijn zus en zwager wonen net buiten de stad, in een prachtige riad. Ik word er onthaald als ware ik de verloren dochter. Iedereen is er; vader, moeder, broers, zussen, ooms, tantes, neven en nichten. Iedereen is ook in vol ornaat, behalve ik.
Zodra ik binnen ben, pakt Farida, de tante van Charif, me bij mijn arm en neemt me mee naar de slaapkamer van de jarige Yasmina. Daar hangt een mooie donkergroene kaftan met prachtige gouden accenten. Farida bekijkt me alsof ze al precies weet wat er met me moet gebeuren. Ze overhandigt me de kaftan. “Hier, trek aan”, zegt ze. “Echt?”, vraag ik, “moet Yasmina deze niet aan?” Ze schudt haar hoofd en gebaart me dat ik ‘em’ aan moet trekken. Dus dat doe ik. Dan neemt ze mijn haar onder handen en doet ze m’n make-up. Nikkie de Jager zou er jaloers op zijn!
Als we later de binnentuin inlopen, is het feest al in volle gang en straalt Yasmina als prachtig zestienjarig middelpunt. Muziek, eten, lachen, klappen, joelen, zingen en dansen, er komt geen einde aan. Doen ze goed!
Tegen 03.00 uur loopt het feest op zijn eind en word ik teruggebracht naar het hotel door de neef van Charif. Ik kwam naar Chefchaouen voor een blauw stadje. Ik vertrok met een nieuwe familie.


